Op de BMS staat het creëren van een veilige situatie, waarin ieder kind zich kan uiten en optimaal tot ontwikkeling kan komen, voorop. Een rustig, stil, teruggetrokken kind krijgt een andere benadering dan een meer dynamisch kind. De kinderen worden dan ook goed gevolgd: met methode-afhankelijke toetsen worden systematisch de schoolvorderingen van alle leerlingen getoetst. Twee keer per jaar worden op het gebied van lezen, spelling en rekenen alle leerlingen getoetst. Tevens komen alle kinderen meerdere keren per jaar in gesprekken tussen de leerkrachten, de ouders en de intern begeleider aan bod.

Leerlingvolgsysteem

Weten wat ieder kind al beheerst en aan kan is heel belangrijk, daarom hanteren wij een leerlingvolgsysteem (LVS). Wij volgen de kinderen door middel van observaties en toetsen gedurende hun gehele basisschoolperiode. Op de BMS worden alle kinderen in groep 2 t/m 8 minimaal twee keer per schooljaar getoetst. Deze toetsen zijn methode-onafhankelijk en landelijk genormeerd. De uitkomsten van het LVS zeggen iets over de mogelijkheden van het individuele kind. Deze gegevens worden genoteerd en komen in het dossier van de leerling. Er kan naar aanleiding van het leerlingvolgsysteem (signalerende toetsen) extra onderzoek nodig zijn. Hiervoor gebruiken wij diagnostische toetsen om de problemen precies duidelijk te maken. Ook voor kinderen die meer begaafd zijn, kinderen die problemen hebben met plannen e.d. is dit van belang.

Toetsen en het voortgezet onderwijs

Behalve de signalerende toetsen van het leerlingvolgsysteem nemen wij in het laatste schooljaar in november de Nio-toets (zie hieronder) af en in mei de Eindtoets groep 8. Samen met de resultaten uit het Leerlingen VolgSysteem van de leerjaren 6, 7 en 8 vormen ze de basis voor het advies bij de toelating naar het voortgezet onderwijs.

Nio-toets

In het laatste schooljaar nemen we de zogenaamde Nio-toets af. Samen met de resultaten uit het Leerlingen VolgSysteem van de leerjaren 6, 7 en 8 vormen ze de basis voor het tweede advies bij de toelating naar het voortgezet onderwijs. NIO staat voor Nederlandse Intelligentietest voor Onderwijsniveau. Het verschil tussen de NIO toets en de Cito eindtoets, die op de meeste scholen wordt afgenomen, is dat de Cito meet wat kinderen hebben geleerd in 8 jaar onderwijs (de feitelijke schoolprestaties) en de NIO toets bepaalt wat kinderen ‘in huis hebben’ (de mogelijke schoolprestaties). Beide kunnen gebruikt worden voor het kiezen van een vervolgopleiding en in het algemeen komen de uitslagen goed met elkaar overeen, maar dat hoeft niet. Bijvoorbeeld als uw kind erg zenuwachtig of ziek was op de Cito-dagen, als de basisschool om wat voor reden dan ook niet alles bij uw kind eruit heeft kunnen halen wat erin zit, of als uw kind motivatie- of andere problemen heeft gehad. Onze keuze voor de NIO is gebaseerd op het feit dat de NIO, naast het Cito LVS, ons aanvullende informatie geeft.

Met de scholen waar kinderen hun vervolgopleiding krijgen is er jaarlijks uitwisseling over onze oud-leerlingen en hun eventuele nieuwe leerlingen. 

Eindtoets groep 8

De eindtoets groep 8 is een verplichte toets die alle scholen in Nederland moeten afnemen. Deze toets duurt drie dagen en zal in mei worden afgenomen.